Chiel Reijngoud (45) uit Sneek: “Mensen in Afrika zijn arm, maar gelukkig”

“Ik kom net terug van een reis door Namibië. Elke keer als ik in Afrika ben geweest valt me weer op hoe verkeerd het beeld is dat wij ervan hebben. Het hele continent wordt veel zieliger voorgeschoteld dan het in werkelijkheid is. Mensen zijn daar niet zielig. Afrikanen zijn arm, maar wel gelukkig.

Als je eenmaal in Afrika bent geweest, dan voel je gewoon hoe die mensen, zonder een cent te besteden, gewoon blij zijn met hun leven. De doorsnee Afrikaan is gelukkig met wat hij voor vandaag heeft verdiend. Is er genoeg te eten, dan is het werk voor vandaag gedaan. Ze plannen niet vooruit om rijkdom te vergaren. Wij westerlingen noemen zoiets lui. Je zou ook kunnen zeggen dat met weinig tevreden zijn.

Read moreChiel Reijngoud (45) uit Sneek: “Mensen in Afrika zijn arm, maar gelukkig”

Trevor Noah (25) uit Johannesburg: “Wat is het toch met die vlieg in het gezicht?”

“Jullie hier in Amerika hebben een heel raar beeld van Afrika. Ik kan het jullie niet kwalijk nemen. Het komt door al die beelden die je krijgt voorgeschoteld op televisie. Al die Unicef-reclames. Dat is het enige wat jullie van ons zien: spotjes van hulporganisaties.

En die spotjes zijn verschrikkelijk. Ze laten kinderen zien, broodmager met een hongerbuikje, zo ellendig als maar mogelijk is. En daar staat Penelope Cruz dan bij. Ze begint met zo’n grafstem te praten terwijl ze naar een moeder kijkt met zo’n uitgehongerd kindje in de armen: ‘Elk jaar hebben meer dan 5 miljoen kinderen in Afrika honger. Jij kunt het verschil maken. Jij kunt een familie redden voor maar 10 dollar per maand.’

Read moreTrevor Noah (25) uit Johannesburg: “Wat is het toch met die vlieg in het gezicht?”

Nelly van de Ven (72) uit Gemert: “Iedereen heeft een fiets, behalve jij”

“We waren vroeger thuis met twaalf kinderen en zo arm als een luis. Ik was de enige in de klas met klompen, de rest had schoenen. Als oudste meisje liep ik in versleten kleren, want ik had geen oudere zus van wie ik het kon afdragen. Soms kreeg ik iets van de rijke mensen in het dorp. Dan riepen de rijke meisjes me na: ‘Hé, jij loopt in mijn jurk!’

Mijn jeugd is de drijfveer voor het werk dat ik nu doe. Ik ben vrijwilliger voor Sinti-families in een woonwagenkamp in Gemert. Elke week ga ik bij ze op bezoek. De armoede die ik daar zie is van een andere orde dan bij ons vroeger: er is nu genoeg te eten. Maar ik voel wat die kinderen voelen. Dat onrecht: iedereen heeft een laptop, behalve jij. Iedereen heeft een fiets, behalve jij. Vaak loop ik te sjouwen met drinken, koekjes of spullen die ze mee naar school kunnen nemen. Want als de kinderen geen drinken of sportschoenen hebben, dan houden de moeders ze thuis. Anders worden ze weggepest.

Read moreNelly van de Ven (72) uit Gemert: “Iedereen heeft een fiets, behalve jij”

Mozes Owech (23) uit Uganda: “Ik wilde niet praten over mijn leven als kindsoldaat”

“Twee mannen stonden tegenover me in de deuropening van de lerarenkamer. Een was helemaal kaal en de ander had stroachtig geel haar. Hun huid was niet echt wit, eerder van een vlekkerig rood. Iedereen bewonderde de wazungu, de blanken. Mijn moeder zei dat ze door God gezonden waren. Sommigen dachten dat ze engelen waren en dat waar ze vandaan kwamen, uit Europa en Amerika, het geld aan de bomen groeide. Daarom konden ze het ook zo gemakkelijk weggeven.

‘Deze mensen zijn gekomen om je te helpen’, zei de schooldirecteur. ‘Ik heb gezegd dat ze jou moeten hebben, omdat je bushsoldaat bent geweest.’ Een vlaag van woede kwam in me naar boven. Waarom had hij dat aan die wazungu verteld? Wie gaf hem dat recht? Niemand praatte daarover. Maar tegen de schooldirecteur ging je niet in. De mannen wilden alles weten over mijn ontvoering. Dat wilde ik helemaal niet. Wat moesten ze met die informatie? Hoe gingen ze die gebruiken? Ik probeerde ze te laten ophouden door alleen ja of nee te antwoorden.

Read moreMozes Owech (23) uit Uganda: “Ik wilde niet praten over mijn leven als kindsoldaat”

Mariam Shehade (48) uit Syrië: “Ik ben Nederland echt heel dankbaar”

“Met mijn man en twee zoontjes ben ik nu een jaar in Nederland. We gewoond in Ter Apel, Breda, Utrecht, en nog een paar plaatsen waarvan ik de naam ben vergeten. Soms sliepen we in een sporthal of een gevangenis, soms in een oud ziekenhuis. Ik ben de Nederlanders ontzettend dankbaar dat we hier mogen zijn. 

Ik wil niet klagerig overkomen, maar het was niet altijd makkelijk om in de opvang te leven. Vooral in het AZC in Utrecht was de situatie slecht. We hadden een kamer van tien vierkante meter met twee stapelbedden. Er was nauwelijks ruimte over. De deur had geen slot, we konden onze spullen niet veilig achterlaten en we hadden geen privacy. Maandenlang deed de wifi het niet. Ik weet dat het ondankbaar klinkt, maar wifi is voor ons heel belangrijk. Het is de enige manier waarop we contact kunnen maken met onze familie in Syrië, de enige manier om een levensteken van ze te horen.  

Read moreMariam Shehade (48) uit Syrië: “Ik ben Nederland echt heel dankbaar”

Henk Hamer (62) Arnhem: “Onze hulp maakt het alleen maar erger”

“Ik erger me dood aan die smeekbedes van goede doelenorganisaties. Je kan geen winkelstraat meer in of er staat weer zo’n jongen of meisje. Gisteren nog kwam er eentje naar me toe in zo’n wit met rode trui. Of ik wist dat er miljoenen kinderen in de wereld naar bed gaan zonder eten? Of ik daar ook iets aan wilde doen? Ja natuurlijk weet ik dat. Maar ik peins er niet over om aan zo’n organisatie te geven.

Want zeg nou eerlijk, hebben al die miljarden aan ontwikkelingshulp de mensen in Afrika beter gemaakt? Ik dacht het niet. Dat komt omdat de corruptie in die landen epidemisch is. Alles wat we geven, blijft hangen bij ambtenaren en tussenpersonen die een graantje willen meepikken. Of het verdwijnt gelijk in de zakken van de president. Die lacht ons uit als we weer geld op zijn rekening storten. Hij stuurt zijn vrouw naar Parijs om te winkelen, vult zijn Mercedesvloot nog eens aan en parkeert de rest op zijn Zwitserse bankrekening. Of hij koopt er wapens van om zijn tegenstanders lekker de kop in te drukken. Arme mensen zien niets van dat geld.  

Read moreHenk Hamer (62) Arnhem: “Onze hulp maakt het alleen maar erger”

Anke Barends (66) uit Enschede: “Eigen Schuld, dikke bult”

“Elke woensdag loopt er een vrouw op de markt, met zwarte krullen stijf van de vettigheid. Ze heeft veel te grote schoenen zonder veters en hotst en botst tussen de kramen en klanten door. Aan iedereen vraagt ze ‘een euro alsjeblieft’. Ik heb haar nog nooit iets gegeven.  

Jaren geleden, toen ik nog een naïef jong meisje was, lag een ‘klosjaar’ zielig te wezen in de metro in Parijs. Ik gaf de hem uit medelijden wat geld, ongeveer 10 euro, want hij zou vast wel honger hebben. Wat denk je? Hij stond op en ging direct drank kopen in plaats van brood. Dat doe ik dus nooit meer.

Read moreAnke Barends (66) uit Enschede: “Eigen Schuld, dikke bult”

Lieke Overmeer (35) uit Raalte: ‘Het lijkt wel alsof ze niet vooruit willen’

“Vijf jaar geleden maakten een rondreis door Ghana. Joseph, onze gids, nam ons mee naar zijn geboortedorp. We schrokken enorm van de armoede daar. Families woonden in kale hutten zonder stoelen of bedden. Vrouwen haalden water uit een vieze rivier. De kinderen liepen rond in gescheurde kleren en zaten op school op de grond. ‘Hier moeten we iets aan doen’, zeiden mijn vriend en ik tegen elkaar. ‘Deze mensen gaan we vooruit helpen.’

In het begin ging het allemaal fantastisch. Binnen een jaar hadden we gezorgd dat er een waterpomp in het dorp was. De school kreeg tafeltjes en bankjes. Een groep vrouwen begon een gemeenschappelijke moestuin. Ieder jaar, soms wel twee keer per jaar, vliegen wij terug naar Ghana om het dorp te bezoeken. En elke keer als we er zijn is het één groot feest.

Read moreLieke Overmeer (35) uit Raalte: ‘Het lijkt wel alsof ze niet vooruit willen’