Geen vluchtelingen maar klemzitters

Groene Amsterdammer, 21 augustus 2019

Opnieuw luiden vluchtelingenorganisaties de noodklok: het aantal mensen op de vlucht blijft toenemen. Maar het beeld van groeiende massa’s dolende vluchtelingen is discutabel en speelt populisten in de kaart.

Bijna 71 miljoen. Zoveel mensen zijn wereldwijd op de vlucht voor oorlog, mensenrechtenschendingen en geweld. Dit cijfer komt van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, die traditiegetrouw op Wereldvluchtelingendag 20 juni een nieuw rapport presenteerde. Een recordhoogte, volgens de UNHCR. En dat zegt de organisatie al voor het zevende jaar op rij, want in 2011 waren er nog ‘maar’ 43,7 miljoen vluchtelingen.


Ze verschijnen gemakkelijk voor je geestesoog: Syriërs in zwemvesten op Griekse stranden, slierten Rohingya wadend door een rijstveld, een Salvadoraanse vader en zijn dochtertje verdronken in de Rio Grande. Een vluchtelingenstroom van 71 miljoen kinderen, vrouwen en mannen, zwervend over de wereld, rijdend, lopend, varend – in wanhoop ergens naartoe.

Organisaties als Stichting Vluchteling slaan alarm. ‘70,8 miljoen mensen’ moeten volgens de stichting ‘alles achterlaten’ en ‘missen familie, onderdak, schoon drinkwater en medische zorg’. Dezelfde boodschap klinkt bij Oxfam: ‘Achter de cijfers bevinden zich mensen zoals jij en ik die gedwongen worden om gevaarlijke reizen te maken.’

Het groeiende aantal vluchtelingen leidt niet alleen tot medeleven. Steeds vaker roept het de angst op dat ‘we worden overspoeld’. Populisten benadrukken het beeld van een tsunami van vluchtelingen, rammelend aan de poorten van Europa, op weg om onze cultuur en welvaartsstaat naar de filistijnen te helpen. Het buiten de deur houden van vluchtelingen is inmiddels staand regeringsbeleid, met als recent dieptepunt het voorstel van de VVD om op het redden van vluchtelingen op de Middellandse Zee vier jaar celstraf te zetten.Dieptepunt: het VVD-voorstel om redders van bootvluchtelingen met vier jaar cel te bestraffen

Maar we beseffen nauwelijks dat dit beeld van miljoenen vluchtelingen op drift problematisch is. Het speelt niet alleen populisten in de kaart, het is ook misleidend en het belemmert ons in het zoeken naar oplossingen. Het beeld is niet misleidend omdat de UNHCR, Oxfam en Stichting Vluchteling rommelen met de cijfers. Integendeel. De organisaties maken, met vaak lastig te verkrijgen data, zo nauwkeurig mogelijke schattingen van het wereldwijde aantal vluchtelingen en ontheemden.

Het probleem zit hem in woorden als ‘stromen vluchtelingen’ die ‘op drift’ of ‘op de vlucht’ zijn, een-op-een gerelateerd aan termen als ‘oorlog’ en ‘geweld’. Het zijn woorden die zowel dynamiek als een directe noodsituatie suggereren. Doorgaans is van beide geen sprake.

Neem Chen Youliang in het Chinese Guangxi Zhuang. Op zijn elfde vluchtte hij uit Vietnam. Dat is inmiddels meer dan dertig jaar geleden. Nu is Youliang een man van middelbare leeftijd en werkt hij op een staatsboerderij waar suikerriet wordt verbouwd. Hij heeft een tienerdochter en voelt zich allang Chinees. Maar nog steeds staat hij geregistreerd als vluchteling, ook al keren hij of zijn dochter waarschijnlijk nooit naar Vietnam terug.

Dat geldt ook voor de meeste Palestijnen in vluchtelingenkampen in Jordanië of Libanon. Een meisje dat er in 1949 als tienjarige arriveerde, woont er als tachtigjarige nog steeds. Dat doet ze inmiddels samen met haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Allen staan geregistreerd als vluchteling, al is alléén grootmoeder in een grijs verleden haar land ontvlucht.Westerse landen vangen slechts zestien procent van alle vluchtelingen wereldwijd op

Chen en de Palestijnse vertegenwoordigen als vluchtelingen in het buitenland een minderheid. Want de meeste vluchtelingen zijn ‘internally displaced’: ze verhuisden in eigen land naar een veiligere plek. Zo was Ethiopië in 2018 het land met de meeste nieuwe vluchtelingen. Etnisch geweld verdreef meer dan anderhalf miljoen mensen van huis en haard. Toch stak niet meer dan twee procent de landsgrenzen over. Wereldwijd is zestig procent van alle vluchtelingen ontheemd in eigen land. En van degenen die naar het buitenland trokken, woont bijna tachtig procent in een buurland. Westerse landen vangen niet meer dan zestien procent van alle vluchtelingen op.

Veel vluchtelingen komen bovendien uit landen waar al decennia geen oorlog meer is. Het zijn de 130.000 Rwandezen die in 1994 de genocide ontvluchtten en al een kwart eeuw in Oeganda wonen. Het zijn driehonderdduizend Vietnamese vluchtelingen, zoals Chen Youliang en zijn familie, die rond 1980 naar China vertrokken. Het zijn ook de 5,5 miljoen Palestijnen en nazaten van hen die in 1948 uit Israël vluchtten.

Wie eenmaal vluchteling is, verdwijnt niet gemakkelijk uit de statistieken van de UNHCR. Dat blijkt uit een mailwisseling met de organisatie over de ogenschijnlijk simpele vraag: wanneer stopt iemand met vluchteling zijn? Het eenvoudige antwoord is: wanneer iemand terugkeert naar het land of de streek waar hij of zij vandaan komt. Van alle vluchtelingen en ontheemden deed dat vorig jaar minder dan vier procent. Voor de rest, zo laat een woordvoerder van de UNHCR weten, zijn er geen strakke richtlijnen.

In theorie is iemand geen vluchteling meer wanneer hij in het nieuwe land of de nieuwe woonplaats is geïntegreerd. Dat betekent dat hij er een goede sociale, economische en rechtspositie heeft. Maar duidelijke criteria voor lokale integratie ontbreken. Daarom gebruikt de UNHCR naturalisatie als maatstaf: wie in zijn gastland het staatsburgerschap krijgt, is niet langer vluchteling. In geïndustrialiseerde landen houdt de UNHCR bovendien een termijn aan van tien jaar. Dan wordt de lokale integratie voltooid geacht, staatsburger of niet.De vluchtelingen in Nederland vormen nog geen 0,25 procent van het wereldwijde totaal

Het is een gebrekkige maatstaf, zo erkent de UNHCR zelf. Want 84 procent van de vluchtelingen woont niet in een geïndustrialiseerd land. En velen kunnen of willen geen nieuwe nationaliteit krijgen. Neem opnieuw de Vietnamezen in China. Volgens de UNHCR zijn ze vrijwel allemaal goed geïntegreerd in de Chinese samenleving. Maar de Chinese nationaliteit krijgen ze niet. Dus blijven ze vluchteling. Dat geldt ook voor de kwart miljoen Rwandese vluchtelingen wereldwijd. Ruim de helft van hen is inmiddels geworteld in Oeganda, waar ze mogen wonen, werken, studeren, zakendoen en land bezitten. Slechts 1,2 procent van alle Rwandese vluchtelingen keerde vorig jaar terug naar Rwanda. De rest koos ervoor om te blijven waar ze zijn.

De scheidslijn tussen niet naar huis kunnen en niet naar huis willen is dun. Veelzeggend is een onderzoek dat de UNHCR vorig jaar deed onder Syrische vluchtelingen in het buitenland. Een kwart van hen is niet van plan om ooit nog naar Syrië terug te keren. Hoezeer ze hun land ook missen, hun toekomst ligt op de plek waar ze nu zijn. En wanneer dat in een niet-geïndustrialiseerd land is, zoals Libanon of Jordanië, dan blijven ze vluchteling.

Er is nog iets wat het vluchtelingencijfer doet groeien. Vluchtelingen krijgen kinderen en kleinkinderen. Zo steeg het aantal Afghaanse vluchtelingen in de wereld vorig jaar vrijwel uitsluitend door geboortes en niet door nieuw gevluchte Afghanen. In Turkije zorgde een Syrische babyboom voor ruim 113.000 nieuwe vluchtelingen – ruim een vijfde van het Syrische totaal. Geboortes drijven ook het aantal Palestijnse vluchtelingen flink op. Minder dan één procent van de Palestijnse vluchtelingen maakte daadwerkelijk de oorlog van 1948 mee. De rest zijn kinderen en kleinkinderen.

Dat we worden gevoed met discutabele beelden over vluchtelingen heeft zijn weerslag op de publieke opinie. De meerderheid van de Nederlanders denkt dat Europa het continent is dat de meeste vluchtelingen opvangt, zo blijkt uit een recent onderzoek van Motivaction in opdracht van Stichting Vluchteling. Nederlanders denken bovendien dat zij in de top drie van gastlanden staan, samen met Duitsland en Italië. In werkelijkheid zijn Turkije, Pakistan en Oeganda de grootste gastlanden. De vluchtelingen in ons land, iets meer dan 116.000, vormen nog geen 0,25 procent van het wereldwijde totaal.Taal die de suggestie wekt dat vluchtelingen ‘in beweging’ zijn is misleidend

Anders dan een term als ‘op de vlucht’ suggereert, is maar een beperkt deel van de 71 miljoen vluchtelingen in acute nood. Overigens bestaat ook maar een beperkt deel uit succesvol gesettelde vluchtelingen die er zelf voor kiezen om in hun nieuwe land te blijven. Harde cijfers voor beide groepen ontbreken. Dat geldt ook voor de grootste groep daartussenin. Het zijn vluchtelingen die muurvast zitten in arme landen, zonder kansen of perspectief. Ze zijn niet in acute nood. Ze zijn ook geen succesvolle migrant. Evenmin zijn ze onderweg naar Amerika of Europa. Samen met hun kinderen en kleinkinderen kunnen ze niet vooruit en niet achteruit. Ze zitten klem.

In zijn ontroerende tweeluik over Libanon portretteerde televisiemaker Danny Ghosen afgelopen juni een Palestijns kamp. De tenten van zeventig jaar geleden maakten plaats voor betonnen gebouwen waarop steeds meer nieuwe etages verrijzen. In een gebied van een vierkante kilometer leven vijftigduizend Palestijnen strikt gescheiden van de Libanese samenleving. Ze moeten alles zelf rooien, water regelen en stoom aanleggen. Ghosen sprak een Palestijn die 63 jaar geleden naar Libanon kwam. Hij woont met zijn zoon en kleinzoon in het kamp, dat inmiddels tweehonderd familieleden herbergt. ‘We zijn deel van de Libanese samenleving’, zegt zijn zoon. ‘Maar de Libanezen willen ons niet.’

Schrijnender nog zijn de vergeten kampen in straatarme ontwikkelingslanden. Zoals het Malawiaanse Zalewa, waar zeventienduizend Congolese en Burundese vluchtelingen vastzitten op een onherbergzame heuvel. Ze krijgen maandelijks een portie maïsmeel en olie maar mogen verder vrijwel niets. Ze riskeren gevangenisstraf wanneer ze het kamp zonder toestemming verlaten. Ze zitten er gemiddeld al zeventien jaar en het is hun niet toegestaan om in Malawi te werken, wonen of studeren. Terug naar Congo of Burundi durven ze niet, Malawiaanse burgerrechten krijgen ze niet, naar een ander land kunnen ze niet. Zalewa is een grote gevangenis.

Het lot van de vastzittende vluchtelingen wordt pijnlijk beschreven in het nieuwe boek van Linda Polman, Niemand wil ze hebben. Het is een schrijnende aanklacht tegen de internationale gemeenschap die weigert verantwoordelijkheid te nemen voor een humane omgang met vluchtelingen. Nauwgezet beschrijft Polman hoe welvarende landen al decennialang de poorten dichthouden, vluchtelingen van hot naar her sturen, tot ze uiteindelijk op een plek belanden waar niemand naar ze omkijkt.

De 71 miljoen mensen die ooit huis en haard verlieten, verdienen een beter verhaal. Een verhaal dat de aantallen die daadwerkelijk op drift zijn terugbrengt tot realistische proporties. Een verhaal dat afrekent met het beeld dat vluchtelingen ons overspoelen. Maar bovenal een verhaal dat laat zien waar op dit moment de grootste uitdagingen liggen. Bij de tientallen miljoenen vluchtelingen die al jarenlang geen kant meer op kunnen.

Dit vraagt iets van nieuwsmedia en van hulporganisaties. Zij zouden vaker de spotlight kunnen zetten op de vergeten ‘vastzitters’. Dat is niet eenvoudig, want voor journalisten zit er niet snel een ‘verhaal’ in een vergeten conflict in een uithoek van Colombia. Ook voor hulporganisaties is het moeilijk om aandacht te krijgen voor voortmodderende situaties zoals in Libanon of Malawi. Maar het kan wel, zo liet documentairemaker Danny Ghosen zien met zijn portret van het Palestijnse vluchtelingengezin in Libanon. En zo laat ook Stichting Vluchteling zien, dat deze zomer elke week een ‘vergeten verhaal’ prominent op haar website zet.

Daarnaast zouden media en hulporganisaties, maar ook onze overheid, een andere taal kunnen gebruiken wanneer ze over vluchtelingen praten en schrijven. Vooral taal die de suggestie wekt dat vluchtelingen ‘in beweging’ zijn is misleidend, zeker in combinatie met zinnen als ‘het waren er nog nooit zoveel’. The devil is in the details. Zo lezen we op de website van de overheid bijvoorbeeld dat vluchtelingen ‘naar steden en dorpen trekken’ – en niet dat ze ‘in steden en dorpen wonen’.

Hetzelfde geldt voor taal die suggereert dat vluchteling zijn iets tijdelijks is. De Nederlandse overheid, aldus haar website, helpt vluchtelingen in de regio ‘tot ze weer terugkeren’. Daar mag bij dat van ‘terugkeren’ in de praktijk vaak geen sprake is.

Andere invalshoeken en woordkeuzes kunnen het verhaal herscheppen. En een beter verhaal maakt mensen bewust van de nood van klemzittende vluchtelingen. Het corrigeert politici en anderen die de ‘stroom’ vluchtelingen naar Europa overdrijven. En het helpt om de broodnodige druk op te voeren op politici, nationaal en internationaal, om te zorgen dat deze vergeten vluchtelingen een menswaardige toekomst krijgen.