Recht uit het hart

PI Magazine, september 2010

Veel initiatieven van particuliere ontstaan recht uit het hart. Zoals dat van de Nederlandse verpleegster die stage loopt in Malawi. In een afgelegen dorp ontmoet ze het dertienjarige weesmeisje Evita. Evita’s ouders stierven aan aids, en sindsdien woont het meisje met twee broertjes in een schamele hut. Buurvrouwen stoppen het kindgezin nu en dan wat toe. Zo blijven ze in leven, maar niet veel meer dan dat. Het hart van de verpleegster breekt. Wat kan ze voor de kinderen doen? Onze stichting steunt een project voor meisjes als Evita. Ze krijgen schoolgeld, een uniform en begeleiding. Ook voor jongere broertjes en zusjes is aandacht. Daarom klopt de verpleegster bij ons aan: mag Evita aan dit project deelnemen?

Mijn gedachten springen terug in de tijd. Ook wij zijn ooit zo begonnen. Met steun aan twaalf ‘Evita’s’ die we min of meer toevallig tegen het lijf liepen. In tien jaar tijd is er veel gebeurd. De steun aan een handvol kinderen groeide uit tot een middelgroot project, geleid door een Malawiaanse organisatie. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het duurde jaren voordat die organisatie de volledige verantwoordelijkheid nam, en niet bij elke vraag op ons terugviel.

Daarom kunnen wij Evita nu niet naar voren schuiven: wanneer wij gaan bepalen welke kinderen mogen deelnemen, dan ondermijnen we alles wat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd.
Met een gemengd gevoel bel ik de verpleegster terug. Want mijn hart breekt nog steeds bij het horen van Evita’s verhaal. Maar het rechtstreeks steunen van individuele kinderen is voor ons een gepasseerd station. Ik besef dat we, bij alles wat we hebben bereikt, ook iets hebben verloren.

Nu delen: