#mindthegap21. Fukushima: ook een mediaramp

De tsunami in Fukushima eiste 16.000 slachtoffers. Maar door de media-obsessie met kernenergie horen we niets over hen.

Op 11 maart 2011 rolden metershoge tsunamigolven het oosten van Japan binnen. Ze vernielden alles op hun weg, sleurden auto’s en huizen mee en beukten een kerncentrale kapot. Bijna 16.000 mensen lieten in de vloedgolf het leven. De internationale pers rukte uit, camera’s draaiden, de wereld keek mee.

Maar al snel zag de wereld geen tsunami-slachtoffers meer. De toegestroomde pers raakte volledig in de ban van de kerncentrale die door de vloedgolf was getroffen. Wekenlang vulden de journaals zich met nieuws over de dreigende meltdown. Een groot gebied rondom de centrale werd geëvacueerd uit angst voor de ontsnapte radioactieve straling. Het liep – wat dodental betreft – met een sisser af: niemand liet als gevolg van de straling het leven.   

Tiende verjaardag
De ramp was deze week precies tien jaar geleden. Tijd voor herdenking. Met de verslaggeving uit 2011 nog in het geheugen was ik benieuwd hoe de media dat zouden doen. Was Fukushima een natuurramp met 16.000 slachtoffers? Of een kernramp? Zagen journalisten überhaupt het verschil? Het 8-uur journaal van 5 maart had weinig goeds beloofd: uit de mond van nieuwslezer Jeroen Overbeek hoorden we dat de kernramp in Fukushima werd gevolgd (!) door een tsunami. Het was een pijnlijke uitglijder, die de suggestie wekte dat de kernramp de tsunami had veroorzaakt, in plaats van andersom.

Zouden kranten het beter doen? Ik nam de proef op de som en legde de oogst van ’10 jaar na Fukushima’ op de snijtafel. Tussen 5 en 12 maart verschenen er 35 artikelen over dit onderwerp in de krant. Ik stelde twee simpele vragen: gaat het artikel vooral over het kernongeval, of over de tsunami? En: houden journalisten de slachtofferaantallen van beide rampen uit elkaar?     

Rode zone
Het antwoord op de eerste vraag verraste me toch nog. De berichtgeving draaide, zoals ik had verwacht, vrijwel uitsluitend om het ongeluk in de kerncentrale. Maar ik was verbaasd over de omvang van de eenzijdigheid: in maar liefst 28 van de 35 artikelen was de nasleep van de kernramp de rode draad. Reportages en interviews kwamen zonder uitzondering uit de rode zone rond de kerncentrale. Niet één artikel schonk aandacht aan tsunami-nabestaanden of overlevenden buiten die zone, terwijl in andere regio’s veel meer slachtoffers waren gevallen dan in de buurt van de kerncentrale.

Ook het vermelden van de slachtoffers rammelde. Zestien artikelen maakten melding van de dodelijke slachtoffers. Ruim de helft (9) gooide de slachtoffers van de tsunami en kernramp rampen op één hoop, of zaaide op een andere manier verwarring. Zo liet de PZC een hulpverlener terugblikken op de zoekactie in het rampgebied: “Het was heel speciaal, we hadden jodiumpillen bij ons. We hebben vijftig overledenen teruggevonden.” Tsja, dat doet toch denken dat ze overledenen van het kernongeval vond.

Klok en klepel
Al even misleidend was het Noordhollands Dagblad. De krant meldde dat er 18.500 slachtoffers waren gevallen, en dat ‘het grootste deel van het dodental werd veroorzaakt door de vloedgolf’. Niet onjuist, maar ‘het hele dodental’ was correcter geweest.

Opmerkelijk was ook het slachtoffertal in een artikel van het Financieele Dagblad. Volgens die krant varieerde het aantal directe doden van het kernongeluk ‘afhankelijk van de definitie die je hanteert’ van één persoon tot 573. De krant verzuimde te melden dat deze 573 personen, volgens een onderzoek uit 2012, stierven aan de gevolgen van de haastige evacuatie uit het gebied (het werkelijke aantal werd nadien bijgesteld tot 2.200). De evacuatie was achteraf gezien volstrekt overbodig: niemand was door de straling in gevaar gekomen. De geëvacueerden bezweken aan psychische en mentale stress en het tekortschieten van medische zorg. Ze stierven aan stralingsangst. Dat had het FD er wel even bij mogen zetten.

Bangmakerij
Relativerende geluiden waren er ook. De Telegraaf wijdde een commentaar aan de nodeloze bangmakerij over straling, en liet stralingsdeskundige, Geraldine Thomas, aan het woord om hetzelfde te zeggen. Kunstenares Tinkebell hamerde er in het Parool op dat de straling in Fukishima geen slachtoffers had geëist. En een oplettende Trouw-lezer wees de krant er fijntjes op dat het ten onrechte de suggestie had gewekt dat het vermelde aantal doden was gekoppeld aan straling uit de kerncentrale. Het tegengeluid kwam, opvallend genoeg, vrijwel uitsluitend van lezers, columnisten en commentatoren – niet van verslaggevers.

De conclusie van deze snijtafel is dat de berichtgeving over ’10 jaar Fukushima’ eenzijdig en misleidend was. Journalisten beperkten hun invalshoek vrijwel zonder uitzondering tot de kernramp – de tsunami werd hooguit in een bijzin genoemd. Velen maakten bovendien geen onderscheid tussen de slachtoffers van beide rampen, waardoor ze suggereerden dat ook het kernongeval veel levens had geëist.

Tsunamislachtoffers
Dat betekent niet dat het kernongeval geen aandacht verdient. Dat doet het wel. De schade voor de omgeving is enorm, het leed van de geëvacueerden is groot en dat verhaal verdient het om verteld te worden. Maar ‘Fukushima’ is meer dan dat. Het is ook het verhaal van 16.000 tsunamislachtoffers – en een veelvoud aan familieleden, vrienden en collega’s die zonder hen verder moeten leven. Door de media-obsessie met kernenergie is hun verhaal niet gehoord.