Kernenergie in de media: risicoframes voeden de berichtgeving

De Nederlandse media houden vast aan vertrouwde risicoframes wanneer ze over kernenergie berichten. Klimaatverandering speelt in de berichtgeving over kernenergie een ondergeschikte rol. Dat was de belangrijkste conclusie van mijn onderzoek ‘Nuclear energy in the context of climate change’. Vorige week werd het gepubliceerd in Journalism Studies.

Een wetenschappelijk paper lezen is niet echt een pretje. Daarom volgt hier een samenvatting in gewoon Nederlands. De media spelen een belangrijke rol in de manier waarop het publiek betekenis geeft aan kernenergie. Hoe doen de media dat? Hoe wordt kernenergie geframed? Dat was centrale vraag in mijn onderzoek. Ik was in het bijzonder benieuwd in hoeverre de discussie over de klimaatverandering invloed heeft op de framing van kernenergie.

Mijn peiljaar was 2018, ik onderwierp alle artikelen over kernenergie die in dat jaar in de Nederlandse kranten verschenen (554!) aan een frame analyse. Maar mijn eerste stap was het beschrijven van verschillende kernenergieframes: door welke ‘vensters’ kijken we naar dit onderwerp? Ik dook in teksten van de industrie, de anti-kernenergiebeweging, milieuorganisaties, politieke partijen, wetenschappers en opiniemakers. Mijn vertrekpunt was een dertig jaar oude studie van Gamson en Modigliani naar de framing van kernenergie in de Amerikaanse pers. In deze fascinerende analyse blikken ze terug op een periode van ruim veertig jaar, waarin het ene na het andere kernenergie-frame zijn entree maakte in de media.

Springlevend
Opmerkelijk veel van deze ‘oude’ frames nog altijd springlevend. Zo beschreven Gamson en Modigliani in 1989 al het runaway technology frame; het frame van kernenergie als ontspoorde technologie die we niet onder controle hebben, het frame van risico’s en angst. Ook het progress frame is een oude bekende: kernenergie gaat de wereld vooruit helpen met schone, veilige en betrouwbare energie voor iedereen. En wat te denken van public accountability: kernenergie hoort bij de machthebbers die hun verantwoordelijkheid verzaken. Deze frames zijn naadloos te herkennen in eigentijdse teksten. Enkele frames waren echter nieuw, zoals het ecomodernisme-frame: technologie helpt ecologie; ofwel we hebben kernenergie nodig om klimaatverandering te stoppen.

Mijn volgende stap was het analyseren van de krantenartikelen aan de hand van deze frames. Het runaway technology frame stond met stip bovenaan, met koppen als ‘Drijvend Tsjernobyl  (over een drijvende kerncentrale) en ‘Kernenergie is echt veel te riskant’. Dit frame dook vooral op in berichten over incidenten in kerncentrales – vooral de Belgische centrales in Doel en Tihange. Kranten vulden zich met artikelen over lekkages, betonrot en stilvallende centrales. Rond deze incidentenberichtgeving domineerde een tweede frame: dat van public accountability. Overheden, kernenergiebedrijven en toezichthoudende instanties zijn nalatig, zorgen niet voor fatsoenlijk onderhoud en informeren burgers niet op tijd. 

Opgeteld ging bijna de helft van de krantenberichten in 2018 over veiligheid, risico’s en falend beleid en bestuur. Het zal niet verbazen dat een ruime meerderheid (67%) een negatieve tone of voice had. Het viel echter op dat die negatieve toonzetting er niet was in opiniestukken en lezersbrieven: daar hielden positieve en negatieve artikelen elkaar in evenwicht.

Mediahypes
Er was nog iets dat opviel tijdens de analyse, en dat waren twee forse pieken in de berichtgeving – twee mediahypes. De eerste was in mei. Er was een lek ontstaan in het watersysteem in het nucleaire deel van de kerncentrale in Doel. Het incident leverde geen gevaar op voor mens en milieu. De media meldden dit ook, maar zoomden desondanks in op de mogelijke gevaren, veelal geuit door bezorgde omwonenden en politici. De emoties en de angst voor de gevolgen werd nieuws op zich, met koppen als ‘Tumult over lek Doel’. Daar kwam bij dat het lek pas na vijf dagen werd gemeld, wat leidde tot boosheid en ongenoegen. De koppen gingen van ‘Onvrede over lek Doel’ tot ‘Doel laat politiek ontploffen’. De berichtgeving verbreedde zich al snel van dit ene incident naar de roep om sluiting van alle ‘afgeschreven en verouderde’ Belgische kerncentrales. Binnen een paar dagen leidde de lekkende waterpijp, die geen gevaar opleverde, in Nederland en België tot Kamervragen. Ook dat werd weer nieuws. 

Een tweede media-hype vond plaats in november. Arjan Lubach hield in zijn zondagse uitzending een gepassioneerd pleidooi voor kernenergie. Een paar dagen later volgde de ‘proefballon’ over kernenergie van VVD’er Klaas Dijkhoff. De kranten pikten het op; in november verschenen maar liefst 159 artikelen, commentaren en opinies over kernenergie in Nederlandse kranten, tegenover gemiddeld 36 per maand in de rest van het jaar. Twee weken lang domineerde het ecomodernisme-frame van ‘kernenergie voor het klimaat’ het nieuws. Het waren de enige weken in dat jaar dat een positieve toonzetting de overhand had.

Frame-duo
De media-analyse laat zien dat kernenergie weinig werd geframed in de context van klimaatverandering. De berichtgeving werd nog altijd gevoed door het frame-duo runaway technology en public accountability; hetzelfde duo, zo blijkt uit andere studies, dat ook de berichtgeving domineerde na de ongelukken in Tree Miles Island (1976) en Tsjernobyl (1986).

Journalisten gebruiken deze frames vandaag de dag wanneer er geen sprake is van serieuze incidenten, en mijn onderzoek is niet het eerste dat dit constateert. Het sluit aan bij andere studies die concludeerden dat de media vooral aandacht hebben voor de nadelen van kernenergie, en dat incidenten zonder veiligheidsrisico soms buitensporige aandacht krijgen. En ook andere studies constateren dat de voordelen van kernenergie in de context van klimaatverandering in de media weinig aan bod komen.

Een interessant gegeven is dat de Nederlandse publieke opinie over kernenergie de afgelopen tijd is gekanteld in een meer positieve richting. Dit wordt weerspiegeld in de gepubliceerde opinies in de krant, die bij elkaar opgeteld veel positiever van toon zijn dan de artikelen van journalisten. Vooral in brieven van lezers overheerst een positieve toonzetting. De journalistieke berichtgeving lijkt de veranderende stemming onder het publiek dus niet te reflecteren.

Nieuwsroutines
Mijn analyse heeft zijn beperkingen. Zo was 2018 een jaar waarin veel kleine incidenten plaatsvonden, vooral in Belgische centrales, en dat heeft de uitkomst beïnvloed. Desondanks roept het vragen op over de manier waarop journalistieke frames tot stand komen. De media opereren niet in een vacuüm en de keuze voor bepaalde frames wordt beïnvloed door sociale en culturele factoren. Nieuwsroutines spelen daarbij een belangrijke een rol: incidenten in kerncentrales bieden een perfect recept voor de media, die haar antenne als vanzelf heeft uitstaan voor risico’s en gevaren. Bovendien zien de media het als hun plicht om overheden, instanties en bedrijven ter verantwoording te roepen. De haperende kerncentrale appelleert bovendien aan het onderliggende verhaal van de ontspoorde wetenschap, dat diep in het collectieve geheugen zit – ook in dat van journalisten.

Dit soort invloeden kunnen ertoe bijdragen dat nieuwsmedia – al dan niet bewust – blijven grijpen naar welbekende frames om dit onderwerp te coveren, in plaats van te kiezen voor frames die de veranderende maatschappelijke en ecologische context reflecteren.